Personen- en familierecht
Echtscheiding of verbreking relatieHet is nu eenmaal zo dat een deel van de relaties niet voor het leven wordt aangegaan, of dit nu binnen of buiten huwelijk is. Op een gegeven moment valt het besluit dat u uit elkaar gaat. Dat is voor alle betrokkenen een verdrietige gebeurtenis, niet in de laatste plaats voor de kinderen. Opeens moet er heel veel geregeld worden. In Nederland wordt de echtscheiding nog steeds uitgesproken door de Rechtbank. Dat kan op verzoek van één van u of op verzoek van u beiden. In het laatste geval bent u het vaak al eens over de echtscheiding en over de belangrijkste gevolgen daarvan. Als u het niet eens bent over de zaken die in de echtscheiding geregeld moeten worden, dan zal de rechter uiteindelijk de knoop moeten doorhakken.
OuderschapsplanBij ieder echtscheidingsverzoek moet een ouderschapsplan worden ingediend. Dat schrijft de wet voor. De bedoeling daarvan is dat u als ouders van te voren nadenkt over de consequenties die uw echtscheiding voor de kinderen heeft. U wordt aan het werk gezet om de gevolgen van de echtscheiding voor de kinderen zo beperkt mogelijk te houden. Onderwerpen die in een ouderschapsplan aan de orde komen zijn de verdeling van de zorg- en opvoedtaken, de verblijfplaats van de kinderen, de wijze waarop u elkaar informeert en tal van andere zaken. Ook de financiële regeling omtrent de kinderen kan onderdeel uitmaken van het ouderschapsplan.
KinderalimentatieDe meest voorkomende situatie is nog steeds dat een kind het grootste deel van de tijd bij de ene ouder woont, dat deze ouder de kosten draagt en de andere ouder kinderalimentatie betaalt. Andere varianten, zoals bijvoorbeeld het openen van een kinderrekening, komen ook voor. Er is een wetsvoorstel ingediend waardoor de berekening van de kinderalimentatie eenvoudiger moet worden. De huidige normen zijn volgens de indieners van het wetvoorstel nog te veel gebaseerd op het traditionele rollenpatroon, waarin de man fulltime werkt en de vrouw parttime en daarnaast voor de kinderen zorgt. Het valt nog te bezien in hoeverre deze plannen werkelijkheid worden.
PartneralimentatieAls één van u géén of een beduidend lager inkomen heeft dan de ander, kan er aanleiding zijn om te praten over partneralimentatie. De maximumduur van partneralimentatie is nu nog twaalf jaar. Er gaan stemmen op om deze termijn te verkorten.
De echtelijke woningEen belangrijke vraag is ook wie er in de echtelijke woning blijft wonen. Als het een huurwoning betreft moet afgesproken worden wie van u het huurrecht krijgt. Als het om een koopwoning gaat kunt u bekijken of één van u in de woning kan blijven en de ander kan uitkopen of dat het raadzaam is als de woning wordt verkocht.
HuwelijksgemeenschapBehalve over de echtelijke woning moeten partijen ook afspraken maken over de overige huwelijkse goederen. In eerste plaats zal bekeken moeten worden of er sprake is van een gemeenschap van goederen of van huwelijkse voorwaarden. De deelnemers gaan inventariseren wat er is, niet alleen aan huiselijke inboedel maar ook aan bijvoorbeeld spaarsaldi, kapitaalverzekeringen e.d. Uiteraard moeten ook de eventuele schulden bij de verdeling betrokken worden. Het huwelijksvermogensrecht is sinds 1 januari 2012 gewijzigd. Zo hoeft er voor het opheffen of wijzigen van huwelijkse voorwaarden geen voorafgaande toestemming meer aan de Rechtbank gevraagd te worden. Ook de datum waarop de huwelijksgemeenschap is ontbonden is gewijzigd.
PensioenverdelingU moet ook aandacht schenken aan de opgebouwde ouderdomspensioenen. U kunt deze verdelen maar het staat u ook vrij om af te spreken dat ieder het eigen pensioen houdt. Tussenoplossingen zijn ook mogelijk.
Bemiddeling of mediation
Zoals uit het voorgaande blijkt zijn er tal van zaken die u moet regelen. In het echtscheidingsrecht bestaan er geen standaardoplossingen. Het grote voordeel van echtscheidingsbemiddeling is dat u uw eigen oplossing kunt zoeken. Dat houdt uiteraard in dat een standpunt wel eens verlaten moet worden. Achter ieder standpunt zit een belang. Het komt vaak voor dat, als u bereid bent uw standpunten te verlaten, er een gemeenschappelijk belang te voorschijn komt waardoor een oplossing veel eenvoudiger wordt. Een ander groot voordeel is dat er geen rechter aan te pas hoeft te komen die inhoudelijk naar de zaak gaat kijken. Na een beslissing van een rechter komt het toch regelmatig voor dat één van de partijen zich de verliezer voelt. Ook is het geen zeldzaamheid dat beiden zich verliezers voelen omdat ze nu juist gelijk hebben gekregen op een onderdeel wat voor hen van ondergeschikt belang is. Deze teleurstellingen kunnen door echtscheidingsbemiddeling voorkomen worden. Natuurlijk moet er in zekere zin water bij de wijn gedaan worden, maar u bepaalt wanneer en in welke mate u dat doet. Dit is een voordeel dat door velen wordt onderschat.
Wilma Voorips is mediator en aangesloten bij het NMI. Zij helpt u graag om in uw echtscheiding de bij u passende oplossingen te zoeken. Daarnaast is zij uiteraard in staat om u te adviseren omtrent de verschillende onderwerpen die aan de orde komen. Het behoeft geen nader betoog dat niet alleen bij echtscheiding voor bemiddeling gekozen kan worden, maar ook bij iedere andere vorm van relatieverbreking. Ook conflicten over omgangsregelingen en boedelverdelingen lenen zich prima voor mediation.
Kinderbeschermingsmaatregelen
OndertoezichtstellingHet kan zijn dat iemand in uw omgeving zich zorgen maakt over uw kinderen, bijvoorbeeld omdat één van uw kinderen te veel spijbelt. De leerplichtambtenaar kan daarvan een proces-verbaal opmaken en dit aan de Raad voor de Kinderbescherming doorgeven. Ook een echtscheiding waarin de zaken escaleren kan een dusdanige invloed op kinderen hebben dat er zorgen ontstaan. Als de Raad voor de Kinderbescherming denkt dat het mis gaat, of mis dreigt te gaan met één van uw kinderen, stellen zij een onderzoek in. In veel gevallen is het resultaat van het onderzoek dat hulpverlening noodzakelijk is. In beginsel kan hulpverlening op vrijwillige basis plaatsvinden. Volgens de regels is verplichte hulpverlening pas aan de orde als het op vrijwillige basis niet lukt. De ervaring leert echter dat verplichte hulpverlening soms al wordt ingezet, terwijl de mogelijkheden van vrijwillige hulpverlening nog niet (volledig) zijn benut. Verplichte hulpverlening begint altijd met een verzoek aan de Rechtbank om de kinderen waar het om gaat, onder toezicht te stellen. U wordt uitgenodigd voor de zitting waar u uw mening over het verzoek mag geven. Als de Rechtbank het verzoek toewijst, benoemt Bureau Jeugdzorg een gezinsvoogd die u moet gaan steunen in de opvoeding. Een ondertoezichtstelling duurt maximaal een jaar. Als deze periode is afgelopen kan Bureau Jeugdzorg de Rechtbank vragen de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen. Deze verlengingsmogelijkheid blijft bestaan totdat het kind 18 jaar is. Als u het niet eens bent met de ondertoezichtstelling, bijvoorbeeld omdat u meent dat hulpverlening in het vrijwillig kader een goede optie zou zijn, dan kunt u proberen om de kinderrechter ervan te overtuigen dat een ondertoezichtstelling niet nodig is. Uithuisplaatsing
Van een uithuisplaatsing is sprake als een kind (tijdelijk) niet meer thuis woont maar in een instelling of een pleeggezin. De hierboven besproken ondertoezichtstelling brengt niet automatisch een uithuisplaatsing met zich mee. Alleen als de Raad voor de Kinderbescherming denkt dat het voor een kind risico’s met zich meebrengt om thuis te blijven wonen wordt er aan een uithuisplaatsing gedacht. Ook een uithuisplaatsing kan vrijwillig maar in de regel vraagt de Raad voor de Kinderbescherming aan de kinderrechter een machtiging om tot uithuisplaatsing over te gaan. Ook hier geldt dat u naar aanleiding van dit verzoek door de kinderrechter wordt gehoord. Een machtiging tot uithuisplaatsing kan maximaal voor een jaar worden gegeven maar ook hier geldt dat er telkens verlenging met een jaar kan worden gevraagd.
Letselschade en overlijdensschade
Iemand die letsel oploopt doet er goed aan de schade die het gevolg is van dit letsel te claimen. Er is in de loop van de tijd een steeds grotere noodzaak ontstaan om te claimen. Dat komt niet alleen omdat de sociale uitkeringen van de overheid minimaal zijn, maar ook omdat de schade steeds hoger wordt en daardoor de gevolgen steeds groter zijn.
Wat is nu precies letselschade. Letselschade is de materiële en immateriële schade die ontstaat, wanneer door toedoen van een ander lichamelijk of geestelijk letsel is opgelopen. Meestal denkt men hierbij alleen aan letsel door verkeersongevallen. Letselschade kan echter ook het gevolg zijn van een andere gebeurtenis, zoals een fout bij een medische behandeling of operatie, een ongeval op het werk zoals een val van een ladder, een mishandeling of een ongeval tijdens een georganiseerde vakantiereis.
Als u slachtoffer bent geworden van letselschade, kan dat zeer ingrijpende gevolgen hebben. U kunt tijdelijk of definitief arbeidsongeschikt raken en uw baan kwijtraken. Als zelfstandige ondernemer kunt u te maken krijgen met omzetverlies en winstdaling. U kunt te maken krijgen met extra behandelkosten, extra reiskosten, of kosten voor het inschakelen van iemand van een thuiszorginstelling. Mogelijk moet u ook iemand inschakelen voor het onderhouden van uw tuin of het schilderen van uw huis, terwijl u dat voor het ongeval zelf deed. Naast deze materiële schadeposten, er zijn er overigens nog meer, kunt u ook aanspraak maken op smartengeld. Dat is een vergoeding voor uw immateriële schade. Smartengeld heeft als doel uw leed en ellende door het ongevalsletsel te verzachten.
Een aparte groep van schadezaken betreffen de zogenaamde overlijdensschaden. Het gaat dan om een of meer nabestaanden van een persoon die is overleden door bijvoorbeeld een medische fout of een verkeersongeluk. De aansprakelijke partij of verzekeraar is dan gehouden de begrafeniskosten te betalen en om nabestaanden zoals een partner of kinderen van de overledene in bepaalde gevallen een alimentatieachtige uitkering te verstrekken.
Iemand die te maken krijgt met het verhaal van zijn letselschade of overlijdensschade moet dat niet zelf doen. Niet alleen is het vaak een ingewikkelde juridische kwestie. Het is ook een zware emotionele belasting. U bent dan geen partij voor de deskundige tegenpartij, veelal een verzekeraar.
Geen enkel slachtoffer is op het gebied van letselschade of overlijdensschade deskundig, immers het overkomt je gelukkig meestal maar een keer. Voor de verzekeringmaatschappij van de tegenpartij is het echter gesneden koek. Zij proberen vaak de schadeafwikkeling zo lang mogelijk te laten duren en het schadebedrag zo laag mogelijk te houden.
Inmiddels zijn er diverse letselschadebureaus die slachtoffers helpen bij het verhaal van letselschade. Deze bureaus hebben wel een beperking. Zij kunnen bij een schadezaak waar geen regeling wordt bereikt, niet procederen. Zij beschouwen de zaak dan ook soms te gauw als afgedaan. Bij de onderhandelingen halen zij ook niet altijd het onderste uit de kan voor u, juist omdat zij de verzekeraar niet met een procedure bij de rechter onder druk kunnen zetten.
Peter Ruijzendaal is gespecialiseerd in letselschade en overlijdensschade. Hij werkt alleen voor slachtoffers en niet voor verzekeraars. Hij kan uw zaak buiten de rechter om aanpakken en proberen te regelen, maar als dat niet op redelijke wijze lukt, omdat de verzekeraar van andere uitgangspunten uitgaat, dan kan hij voor u de rechter inschakelen. Helaas moet in steeds meer letselschadezaken bij de rechter een redelijke schadevergoeding bevochten worden. Het blijkt dan dat via de rechter wél het gelijk wordt gehaald of dat er uiteindelijk toch een hogere schadevergoeding volgt.
Wordt door een advocaat buiten de rechter om een regeling bereikt, dan verhaalt de advocaat de advocaatkosten, die u zou moeten maken, op de verzekeraar. U bent dan zeker niet duurder uit dan via een letselschadebureau. De kosten van de ter zake deskundige rechtsbijstandverlener moeten in de regel vergoed moeten worden door de verzekeraar van de aansprakelijke partij.
Het aanhangig maken van de letselschadezaak via de advocaat bij de rechter brengt wél kosten met zich mee. Over deze kosten kunnen vooraf goede afspraken worden gemaakt, zodat u weet waar u aan toe bent.
Overigens is er voor slachtoffers, die niet kapitaalkrachtig zijn, de mogelijkheid om gebruik te maken van een zogenaamde ‘voorwaardelijke toevoeging’. Dat houdt in, dat de kosten van de advocaat, afgezien van een eigen bijdrage, door de overheid worden betaald, indien de verzekeraar van de tegenpartij uw kosten van rechtsbijstand niet betaalt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als aansprakelijkheid van de tegenpartij niet vast komt te staan. Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking kan op basis van een toevoeging een advocaat inschakelen. Zeker slachtoffers van letselschade komen al gauw in aanmerking voor een toevoeging als zij door het letsel hun werk verliezen.
Het is altijd aan te bevelen om tijdens een eerste en bovendien gratis gesprek uw zaak te bespreken met Peter Ruijzendaal van RBB Advocaten. Hij kan inschatten, wat de mogelijkheden zijn voor u om letselschade te claimen bij de tegenpartij. Hij kan u precies op maat adviseren over uw kansen en mogelijkheden om uw claim te verhalen. Hij zal u ook een eerlijk inzicht geven in de risico’s en mogelijke kosten. U zult dan merken dat een advocaat niet altijd duur behoeft te zijn. Ook kan hij een zogenaamde tweede opinie geven na bestudering van uw dossier dat door een andere belangenbehartiger is samengesteld.
Peter Ruijzendaal heeft jarenlange ervaring met het behartigen van de belangen van personen die met letselschade of overlijdensschade te maken hebben gekregen. Hij is lid van de Vereniging van Letselschade Advocaten 'LSA' www.lsa.nl, de Werkgroep Artsen Advocaten 'WAA' www.waa.nl, de Vereniging Advocaten voor Slachtoffers Personenschade 'ASP' www.asp-advocaten.nl en is toegelaten tot de Stichting Keurmerk Letselschade www.stichtingkeurmerkletselschade.nl mede opgericht door Slachtofferhulp Nederland.
Bestuursrecht
De sociale verzekeringen en voorzieningenDe WWB is met ingang van 1 januari 2012 ingrijpend veranderd. De meest ingrijpende verandering is de huishoudinkomenstoets: woont er in hetzelfde huis iemand (meestal een meerderjarig kind) met een baan of een uitkering, dan heeft u geen recht meer op een bijstandsuitkering, tenzij het totale gezinsinkomen onder de bijstandsnorm valt. Er bestaat dan nog recht op aanvullende bijstand. Gezinsleden die in één huis wonen krijgen dus één uitkering. Op deze regel zijn wel een paar uitzonderingen gemaakt. Een zorgbehoevend gezinslid wordt als alleenstaande aangemerkt en telt dus niet mee bij het gezin. De behoefte aan zorg moet worden aangetoond met een indicatiebesluit. Ook studerende kinderen tellen niet mee als hun inkomen beneden een bepaald niveau blijft en het kind recht heeft op studiefinanciering. Soms telt een Wajong-uitkering van een gezinslid niet mee. Een volgende verandering is dat mensen die jonger zijn dan 27 jaar pas vier weken nadat hij of zij zich bij het UWV heeft gemeld een aanvraag voor een bijstandsuitkering kan indienen. In die vier weken dient gezocht te worden naar werk of een passende studie. Degenen die na 1 januari 2012 een bijstandsaanvraag hebben ingediend krijgen direct te maken met de nieuwe regeling. Voor mensen die op 1 januari 2012 al een bijstandsuitkering hebben gaat de huishoudinkomenstoets op 1 juli 2012 in. Zij krijgen dus een half jaar de tijd om aan de nieuwe regeling te wennen.
Vanaf 1 januari 2013 gaat er nog meer veranderen. De Wet Werk en Bijstand gaat vanaf die datum op in de Wet Werken naar Vermogen, althans dat is de bedoeling. De behandeling in de Kamer moet nog worden afgerond. Mocht de wet er daadwerkelijk komen dan krijgen minder mensen een Wajong-uitkering en kunnen er minder mensen werken in een sociale werkplaats. De mensen die er nu al werken behouden wel hun plek.
Jaarlijks stelt de gemeente de waarde van uw woning of bedrijfspand vast. Meestal in het eerste kwartaal van het jaar ontvangen alle huiseigenaren en eigenaren van bedrijfspanden de WOZ beschikking van de gemeente. Op basis van de vastgestelde WOZ waarde heft de gemeente onroerendezaakbelastingen (OZB). Echter, niet alleen gemeenten maken gebruik van de WOZ waarde. De waterschappen gebruiken de WOZ waarde bij de watersysteemheffingen. Daarnaast gebruikt het rijk de WOZ waarde onder andere voor de bepaling van het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting. Het is dus van belang dat deze waarde wel klopt! Mocht u twijfelen aan de juistheid van de waarde kan kunt u met ons contact opnemen. Wij beoordelen in samenspraak met u de kans van slagen van een eventueel bezwaar en/of beroep.
Omgevingsvergunningen.Op 1 oktober 2010 is de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (de Wabo) in werking getreden. Met deze wet wordt de omgevingsvergunning geïntroduceerd. Het doel van de Wabo is om de vergunningverlening eenvoudiger en snel te laten verlopen. Daarnaast wordt gestreefd naar een betere en efficiëntere (slagvaardiger) dienstverlening door de overheid op het terrein van bouwen, ruimte en milieu. Wij kunnen u met raad en daad bijstaan wanneer u als belanghebbende bezwaren heeft tegen het verlenen van een omgevingsvergunning of tegen het afwijzen of intrekken ervan.
Onderwijs
Nederland kent een uitgebreid stelsel van scholen voor het speciaal onderwijs. Leerlingen die extra zorg of aandacht nodig hebben kunnen daar onderwijs krijgen dat is afgestemd op hun specifieke behoefte. Het speciaal onderwijs heeft zich in de loop der jaren sterk ontwikkeld en bijzonder veel deskundigheid opgebouwd.
De laatste twee decennia is er een ontwikkeling om de scheiding tussen regulier onderwijs en speciaal onderwijs af te bouwen. Reguliere scholen gaan samenwerken met scholen uit het speciaal onderwijs, reguliere scholen kunnen daarbij voor hun leerlingen ook gebruik maken van de expertise van het speciaal onderwijs.
Een belangrijke stap in dit proces was de invoering van het Rugzakje. Kinderen die een indicatie hebben voor het speciaal onderwijs kunnen extra ondersteuning krijgen waarmee ze regulier onderwijs kunnen volgen. Uitgangspunt daarbij is dat de ouders kunnen kiezen wat voor hun kind de meest aangewezen weg is.
Het Rugzakje wordt veel gebruikt en lijkt dan ook een succes. Toch zijn er ook problemen. Het keuzerecht van ouders is niet absoluut. Scholen vinden soms dat zij, ondanks de extra middelen, niet in staat zijn een leerling verantwoord onderwijs te bieden. Dat kan leiden tot een verwijderingsprocedure of het weigeren een leerling met een Rugzakje toe te laten. Dreigt u dat te overkomen dan is een goed en tijdig advies van het allergrootste belang.
Peter Boelens heeft een uitgebreide ervaring met de problemen waar leerlingen met een Rugzakje, en hun ouders, tegenaan kunnen lopen. Soms kan een telefoontje voldoende zijn om u zelf in staat te stellen dreigende problemen op te lossen. Goed advies kan regelmatig een procedure voorkomen, komt u er dan toch nog niet uit dan kan hij u bijstaan. De mogelijkheden en onmogelijkheden kunnen in een eerste, gratis, adviesgesprek geïnventariseerd worden. Daarbij kan ook beoordeeld worden of u in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp.
Verbintenissenrecht
Of het nu gaat om een koop-, arbeids-, samenwerkings- of aanneemovereenkomst of dat het een echtscheidingsconvenant of huwelijkse voorwaarden betreft, belangrijk is dat wat men echt heeft bedoeld ook wordt beschreven in de overeenkomst. Dit realiseert men zich meestal pas als er conflicten (dreigen te) ontstaan. Wanneer is er sprake van een tekortkoming? Wanneer komt men de overeengekomen prestatie niet na? Wat mag je verwachten van de partner? Wie is aansprakelijk voor wat en wanneer?
Het opstellen en beoordelen van een overeenkomst is dan ook niet eenvoudig. Duidelijk moet uit de overeenkomst blijken wat partijen echt hebben bedoeld met hun afspraken en de juiste formulering is daarbij cruciaal. Iedere partij, klant of partner is anders en iedere afspraak kan weer anders zijn. Gebruik maken van standaardteksten is in de meeste gevallen dan ook niet aan te bevelen. Onze ervaring is dat het inschakelen van een deskundig advocaat bij het opstellen of beoordelen van een overeenkomst zich snel terugverdient. Conflicten kunnen grotendeels worden voorkomen wanneer beide partijen zich goed herkennen in de overeenkomst en wanneer de afspraken duidelijk zijn weergegeven.
Mocht u te maken krijgen met een conflict met betrekking tot een overeenkomst dan is het verstandig vroegtijdig een advocaat in de arm te nemen. Marike Hoekstra heeft een jarenlange ervaring bij het opstellen en beoordelen van contracten en bij het begeleiden van een contractpartner ingeval van een conflict. Zij behartigt zowel de belangen van bedrijven als van particulieren. Langdurige en kostbare procedures kunnen vaak worden voorkomen door in een vroeg stadium om tafel te gaan en met partijen naar een oplossing te zoeken. Mocht overleg uiteindelijk toch niet tot een oplossing leiden dan is de hulp van een advocaat bij een aan te spannen procedure onontbeerlijk en dan is het handig wanneer deze alvast van de hoed en de rand weet.